Geschiedenis van de Gereformeerde kerk in Ermelo

 
      4. De 21e eeuw
 
 
 
Op de plek waar nu de Oude Dorpskerk staat, heeft vermoedelijk een heiligdom gestaan voor de bosgod Irmin. Het was hier namelijk het woud met open plekken, een loo, van Irmin.[1]
De naam van ons dorp, later dus Ermelo, komt voor het eerst voor in 855 op een landkaartje van de Veluwe, Pagus Felua. Misschien heeft er vóór de huidige stenen kerk een houten kerkje gestaan, immers de godsdiensten wisselen, de heilige plek blijft. De huidige kerk, hervormd-protestants, dateert in de oudste delen in het koor van 1006. Als parochiekerk viel zij onder het gezag van de St. Paulusabdij in Utrecht.[2] Is onze Oude kerk eigenlijk een Pauluskerk? Na de eeuwen gebruik als rooms-katholieke parochiekerk, werd zij in 1592 als één der eersten op de Veluwe een “hervormde” gemeente. De oude pastoor Van Cooth werd geacht de gereformeerde leer aan te hangen en werd opeens dominee.
 
Ermelo was eeuwenlang een stil en afgelegen dorpje, midden in de hei. Het centrum was een kerk en een school, er stonden enkele tientallen stenen huizen. In het pas gestichte Koninkrijk der Nederlanden (1813) ontstond al snel onenigheid in de vaderlandse Kerk: over de ware leer, het zingen van gezangen, de invloed van de overheid. Onder leiding van ds. Hendrik de Kock te Ulrum ging een deel van de orthodoxe gelovigen over tot Afscheiding van de in hun ogen verfoeide staatskerk. Aan het eind van deze 19e eeuw herhaalde deze beweging onder leiding van de energieke predikant dr. Abraham Kuyper zich. Nu heette het de Doleantie, van het latijnse ‘dolere’, treuren. Men treurde immers om het verlies van de kerkelijke goederen, zoals kerkgebouw en pastorie. Zo ook in Ermelo: hoewel aanvankelijk een groot deel van de hervormde gemeente instemde met de acte van Afscheiding, kwamen bijna allen op hun voorgenomen besluit terug. Een kleine groep verliet de Hervormde kerk, zij kwamen op zondag 19 augustus 1887 des namiddags om 5 uur samen in de stal van Willem van Loo, op boerderij “De Heuvel”. Hier hielden zij een bidstond ter voorbereiding van de verkiezing van een kerkenraad der Dolerende gemeente te Ermelo. Voorganger in deze dienst was ds. Lion Cachet te Rotterdam, prekende over Matteus 28: 20. De zeer kleine gemeente telt 20 belijdende leden, waaronder genoemde Willem van Loo, de invloedrijke heer Chevallier, heer van het landgoed Veldwijk, en H. Vliek. Op zondag 11 september werden de eerste ouderlingen en diakenen bevestigd door dr. Willem van den Bergh uit Voorthuizen. De gereformeerde kerk van Ermelo was een feit.[3] Aan het eind van 1887 zijn er 50 leden, en op zondag 2 oktober van dat jaar kon een houten noodkerkje in gebruik worden genomen. Het staat op de plek naast de huidige Immanuelkerk, waar het vroegere schoolgebouw "De Wegwijzer" staat aan de Kerklaan. Duidelijk is dat deze laan de naam ontleent [4] aan de Gereformeerde kerk van de toenmalige Dolerenden.
 
Deze eeuw begon dus goed voor het groeiende groepje: op woensdag 8 maart 1899 werd een stenen kerk in gebruik genomen, zonder naam, gewoon ‘gereformeerde kerk’. Men bouwde in geloof: er waren 350 zitplaatsen! Ruim een jaar later, op Hervormingsdag 31 oktober 1900 kreeg de kerk de beschikking over een orgel. Het regende klachten …
In 1904 telde de gemeente 424 belijdende leden en 331 doopleden, totaal 755, tien jaar later waren het er al weer 400 meer, zomaar ruim 1100 leden. De groei is mede te verklaren door de groei van het “oude dorp”, rond de Oude kerk, naar het “nieuwe dorp”, rond Veldwijk. Veel personeel hiervan en van de “stichting” ’s Heerenloo-Lozenoord, was gereformeerd. Het lag dan ook in de lijn der verwachting dat het bestuur van de Stichting om een tweede kerk vroeg voor hen die veraf woonden. Op 8 januari 1909 werd deze ruimte op Groot Emaus in gebruik genomen, veel preeklezen en af en toe kwam de dorpsdominee naar Horst!
Opnieuw werd de Dorpskerk, zoals toen de naam werd, te klein.
In 1920 werd de definitieve beslissing genomen: de dorpskerk moest flink uitgebreid worden! En zo geschiedde: beneden 704 zitplaatsen, boven 209, maakt samen 913 zitplaatsen. Bovendien werd een nieuw orgel aangeschaft, en ook werd er een toren gebouwd, met uurwerk en luidklok, met een hoogte van 37 meter. Het markante silhouet van deze fraaie toren siert sindsdien de Stationsstraat. De eerste steen van de toren werd gelegd op 28 juli 1921 door dé man van het begin: ouderling Willem van Loo. Van juni 1921 tot de ingebruikname van de vernieuwde kerk op donderdag 10 augustus 1933 mocht gebruik worden gemaakt van de kerk van Veldwijk.
Het jaar 1922 was voor de gereformeerden van Ermelo wel een historisch jaar: immers op 21 april 1922 werd op ’s Heerenloo de Stichtingskerk, nu de Opstandingskerk, in gebruik genomen. Het kleine kuddeke van dertig jaar daarvoor kon trots zijn op twee grote en fraaie kerkgebouwen. 
 
Tijdens de oorlogsjaren 1940 - 45 deden zich in verband met onze locale kerkgeschiedenis enkele opvallende gebeurtenissen voor:[5]
Op 13 november 1944 werd op de heide tussen Putten en Ermelo een trein tot stilstand gebracht door Engelse bombardementen op de spoorlijn. De wagons bleken volgestouwd met 150 Rotterdammers, die in Duitsland verplicht te werk zouden worden gesteld. Niet wetend waarheen, werden zij naar de dichtstbijzijnde kerk geleid, de gereformeerde kerk dus. Taferelen speelden zich af, vanuit de bevolking werd eten gebracht, kleding en andere levensbehoeften. Ds. Van Halsema besteeg de preekstoel en sprak de menigte toe, geestelijke liederen werden gezongen, en langzaam maar zeker verlieten de Rotterdammers stiekem de kerk, de vrijheid tegemoet.
In 1944, tijdens de hongerwinter, brak er een leergeschil uit rondom de Doop. Onmiddellijk na de oorlog leidde deze kwestie Schilder, genoemd naar de hoogleraar dr. K. Schilder uit Kampen, tot een verdrietige afscheiding van “vrijgemaakte” gereformeerden, onderhoudende art. 31 van de kerkorde. Ook in Ermelo was het voelbaar: op 15 januari 1946 werd hier een vrijgemaakte Gereformeerde kerk gesticht, met 52 belijdende en 30 doopleden. Aanvankelijk hield zij haar kerkdiensten in de Zendingskerk, later verrees een eigen Rehobothkerk aan de Dirk Staalweg.
 
Door de gestage groei van de burgerlijke gemeente kwamen er ook steeds meer Gereformeerden in Ermelo wonen in de jaren 30, 40 en 50. De beide kerken in het Dorp en op de Stichting werden te klein. Wat nu? Helemaal aan de rand van het dorp was een flink stuk terrein voor weinig geld te koop: daar verrezen een derde kerk, de Maranathakerk, en een bescheiden pastorie, op de hoek van de Sparrenlaan en de Prinsesselaan. De wijkpredikant van Noord, ds. J. van Herksen, metselde op 9 maart 1957 de eerste steen, met als bijbeltekst 1 Koningen 8, 29 “Dat Uw ogen dag en nacht geopend zijn over dit huis.”
In 1969 werd een elektronisch orgel vervangen door een mechanisch pijporgel van de orgelbouwer Leeflang, met hoofdwerk, rugwerk en pedaal. In de zeventiger jaren ging men door met bouwen: de pastorie, waar ds. C. Dijkstra woonde met zijn gezin, bleek al snel te klein, een uitbouw van de woonkamer gaf veel ruimte. Ook de kerk had behoefte aan zalen, twee zalen kwamen erbij, waarvan één met een fraai wandplastiek, geschonken door een gemeentelid. Ook de ingang werd verruimd, en er kwam een garderobe: de tijd dat men met de jassen aan in de kerk zat, was wel voorbij.
Ze kregen er niet genoeg van, van dat bouwen in deze jaren: in de 60er jaren kwam het gebouw “Westerhonk” gereed in de kom van Horst voor clubwerk en catechisaties.
In verband met de meer op de bewoners van ’s Heerenloo-Lozenoord gerichte kerkdiensten zijn na de renovatie van de Opstandingskerk in 1974 daar geen diensten meer gehouden van onze kerk. Een eigen pastorale dienst was voortaan verantwoordelijk, met een aparte kerkenraadscommissie.
 
Na ruim 50 jaar intensief gebruik, en door veranderde inzichten in de eredienst, bleek het hard nodig dat de Immanuelkerk een ingrijpende verbouwing kreeg. Weliswaar met minder zitplaatsen, nu 740, maar wél met een indrukwekkend orgel van de orgelbouwer Reil, naar het model van het 18e eeuwse Hinsz-orgel uit de hervormde kerk van Tzum. Er werden voortaan twee morgendiensten gehouden, net als in de Maranathakerk. In december 1979 werd deze fraai ingerichte kerk feestelijk in gebruik genomen.
Het dorp Ermelo groeide maar door: over het spoor verrees een grote nieuwbouwwijk. Gingen hervormden en gereformeerden in de jaren 70 samen een kerk bouwen? Helaas, de tijd bleek er nog niet rijp voor. De hervormden kregen de Westerkerk en de gereformeerden het wijkgebouw De Leemkuul. Hier werd gekerkt van januari 1977 tot eind december 2007.
Door terugloop van het kerkbezoek bleek er plaats genoeg voor de leden van wijk West in de Immanuelkerk.
 
Ook de Maranathakerk was aan een verandering toe, zowel uit bouwkundige als uit liturgische motieven. In 1983 werden de stoelen niet meer geplaatst in de lengterichting van de kerk, maar in de breedte: de kansel werd dus verplaatst in 1987, er kwam een gedeeltelijk uitgebouwd liturgisch centrum, en er kwam kunst in de kerk! De beeldhouwer Diekerhof onthulde in november 1989 acht tufstenen reliëfs: schepping, ark van Noach, het beloofde land, een christusmonogram XP, de maaltijd met 5000, brood en wijn, herschepping en staande het Lam Gods.
 
Per 1 mei 2004 verenigden de Nederlandse hervormde kerk, de Gereformeerde kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse kerk in het Koninkrijk der Nederlanden zich tot één kerk: de Protestantse kerk in Nederland. Hervormden en gereformeerden in Ermelo sloten zich hierbij aan. Op zondag 2 mei werd dit gevierd met een kerkdienst in de Oude hervormde kerk, waarin ds. Vroegindeweij en ds. Hoogstrate voorgingen. De beide voorzitters van de twee Algemene kerkenraden, de heren Rein van de Bosch en Klaas Dunnig ontmoetten elkaar hier met een handdruk. Echter tot een plaatselijk samengaan kon nog niet besloten worden.
 
Na dertig jaar, rond 2007, bleken de bijgebouwen en zaalruimten van beide kerken volledig verouderd, en in het geval van de Maranathakerk ook te klein. Daar waren al enkele donkerbruine containers neergezet, voor jeugdwerk, crèche en catechisatie, deze werden nu vervangen door een forse stenen aanbouw. In de Immanuelkerk werden hal, keuken, garderobe,vergaderzalen en het kerkelijk bureau geheel vernieuwd. In de beide hallen houdt een gedenkplaat de herinnering levend aan de vele vrijwilligers die dit mogelijk hebben gemaakt.
 
Na het emeritaat van de predikanten Brouwer in 2007 en Den Hollander in 2008, kwamen er geen opvolgers in wijk zuid en in DRO, Dillenburg-Rehoboth-Oranjepark. De andere predikanten namen hun wijken en taken over. In 2013 zijn er 3 predikantsplaatsen met 3 secties, en één kerkenraad.
 
 
P.M.J. Hoogstrate, februari 2013
(voor aanvullingen erkentelijk)
 
 
 
[1]
  
F.R. Elema en H.J. van Beek, Rond Ermel’s Wehme, Gedenkboek van Ermelo, 855 -1955, p.17. 
[2] Idem, p.64.
[3]
 
Ds. A. de Groot, e.a., Honderd jaar Gereformeerde kerk Ermelo, p.7, Ermelo, aug. 1987. 
[4]
 
J.W.P. van Dijk en C. Kortenhoeven, De straat waarin u woont, Ermelo’s straatnamen verklaard, p.60, 1987. 
[5] Ds. A. de Groot, Rondom de Immanuelkerk, p. 46-47, Ermelo 1979.